Kontekstueel - Zonder kerkgang ben je verlorenEerder schreef ik naar aanleiding van een themanummer van Kontekstueel (27/2) nogal kritisch over de kerkdienst; vooral prikkelend bedoeld. En dat leverde de nodige reacties op; meestal instemmend, maar ook heilzaam corrigerend.

Naar aanleiding van mijn column legden we gisteren in een heel ander verband 1 Kortinthe 14 daar nog eens naast. Daar worden het spreken in vreemde talen (door ons maar al te vaak plat geslagen tot tongentaal) en profetie tegen elkaar afgezet en geeft Paulus aanwijzingen aan de gemeente van Korinthe voor hun samenkomst. Er schijnt heel wat mis te zijn geweest met die gemeente, maar dat gezegd zijnde vroeg ik me meteen af wat Paulus aan mijn huidige gemeente of aan mijn vroegere gemeentes geschreven zou hebben. Maar als je zo’n vraag stelt, volgt daar maar al te vaak een hele discussie uit, waarin goed en fout (in onze eigen ogen) worden uitgewisseld zonder dat het tot een erg vruchtbaar gesprek komt over dat onderwerp.

Ik laat dus maar even in het midden wat Paulus geschreven zou hebben aan ‘mijn’ gemeentes. Ik heb daar natuurlijk best beelden bij (zie bijvoorbeeld mijn vorige column), maar het lijkt me vruchtbaarder om het deze keer over een andere boeg te gooien en iets dieper in te gaan op 1 Korinthe 14 en wat daar wordt gezegd. In een gemeente (dus ook als die gemeente samenkomt) heeft profetie een belangrijker plaats dan het spreken van vreemde talen. De vreemde talen zijn bedoeld voor de ongelovigen; de profetie is bedoeld voor de gemeente (vers 22). En als die profetie een plek heeft in de gemeente? Dan – staat in vers 3 – is er sprake van bemoediging, vermaning en troost. Het is maar wat je leuk vindt, maar ik vind het heerlijk om bemoedigd te worden als het even niet meer gaat. Het is maar wat je nodig hebt, maar als ik verdriet heb, hunker ik naar troost. En als ik met mezelf in de knoop lig, helpt een vermaning me vaak om dingen weer op een rij te krijgen; orde op zaken te stellen; het vuil de deur uit te doen.

En zoals je in mijn vorige column hebt kunnen proeven: tijdens de eredienst miste ik dat – de troost, de bemoediging en de vermaning – en – zei ik letterlijk – verveelde ik me soms stierlijk tijdens een kerkdienst. In onze nieuwe gemeente – waar we ons recent bij hebben aangesloten – gebeurt er meer tijdens die kerkdienst. Ik weet natuurlijk nog niet hoe bestendig dat is, maar lofprijzing en profetie laten me momenteel veel ruimte voor de verwerking van het verdriet dat er in overvloed blijkt te zijn. En hoewel de prediking niet zo diep gaat als de gereformeerden zeggen te gaan, is er zoveel variatie dat het weer leuk begint te worden om naar de kerk te gaan. Overigens is dat niet het leuk van leuk, maar het leuk van groeien in je geloof, van de lach en de traan, kortom: van de breedte en diepte van het hele leven; dat echt niet altijd leuk is en hoeft te zijn. En dat is me daar een bevrijding: dat het soms, maar niet altijd leuk hoeft te zijn!

Read the rest of this entry »

Tijdens de Tour de France van 2011 stond ik langs de kant van de weg en zag ik de mannen op de foto langskomen; achteraan in het peloton. Na de onthullingen rondom Lance Armstrong heb ik daar andere beelden bij dan toen. Toen was ik nog naïef. Ik zat net zelf op de fiets en begon me te interesseren voor de wielersport. En ik vond het wel cool om de helden – die veel sneller en krachtiger fietsten dan ik – voorbij te zien gaan; in een oogwenk; dat wel; onderaan de Alpe d’Huez die ik een paar dagen daarvoor ook had beklommen.

Maar zoals gezegd: ondertussen ben ik door alle ‘nieuws’ rondom Armstrong de naïviteit wel zo’n beetje voorbij. En waar Leipheimer eerst een eenling leek te zijn, blijkt nu 90% van de Rabobankploeg ook epo en allerlei andere troep te hebben gebruikt. Tenminste: als ik de NOS en veel andere partijen mag geloven, want voorlopig blijft het gissen en heeft niemand de feiten volledig op een rij. En precies daar begint het te wringen, want wie is hierin nog te vertrouwen? Welk (financieel) belang hebben fietsers, hun belangenbehartigers, de NOS en andere nieuwsvergaarders bijvoorbeeld bij een doofpot of juist bij volledige openbaarheid? Ik weet het niet. Ik kan er ook geen precieze hoogte van krijgen. Maar lekker zit het me niet.

Het lijkt aantrekkelijk om het hier maar bij te laten; lekker op afstand. Maar ook dat is niet mijn ding. Het blijft wringen. En dat heeft alles te maken met het filmpje dat ik de afgelopen weken meerdere keren bekeek op YouTube: http://youtu.be/p3Uos2fzIJ0; het prisoner’s dilemma in optima forma. Op afstand had ik al bij de eerste keer door hoe het af zou lopen (en ik ben eigenlijk best benieuwd of dat ook voor anderen geldt). Maar het begon me pas echt te duizelen toen ik me voor probeerde te stellen hoe ik me zou voelen als ik in de stoel van de verliezer (of winnaar) zou zitten… Want op afstand (zonder belangen) is het gemakkelijk praten (en misschien ook wel inschatten), maar in het spel raak je al snel verstrikt en kan er best veel op het spel staan. Wat zou ik dan doen, als ik in het spel zou moeten kiezen voor steal or split (afgezien van de slimme zet die een andere speler deed in hetzelfde spel: http://youtu.be/S0qjK3TWZE8; dat werkte ook maar één keer) ? We liegen wat af met elkaar. Het begint met de kleine dingen op het werk. Het gaat door als de belangen groter worden en het neemt ongezonde proporties aan, als we dichter bij ons hart komen. Ik heb bijvoorbeeld nog lang geloofd in de eerlijkheid van iemand als Michael Boogerd (die ooit niet onverdienstelijk fietste bij de Rabobank). Maar nu hij – in de hoek gedreven – praat over vitamines, begint de twijfel toch ook z’n breekijzer in mijn ziel te zetten.

Read the rest of this entry »

2 Comments, Written on december 24th, 2012 , Column

J. Bernlef - HersenschimmenEnkele weken geleden overleed Bernlef op 75-jarige leeftijd. Een paar jaar geleden las ik zijn boekenweekgeschenk – ‘De pianoman‘ – en ik was halverwege zijn boek ‘Publiek geheim‘ (waarvoor hij in 1987 de AKO Literatuurprijs ontving). Hoewel ik sinds halverwege de jaren ’80 wist dat hij met ‘Hersenschimmen‘ een fenomenaal boek geschreven moest hebben, had ik het nooit gekocht en dus ook niet gelezen. Het was er gewoon nooit van gekomen; tot ik een paar weken geleden m’n eerste ebook kocht en ‘Hersenschimmen‘ alsnog las.

Het boek is geschreven vanuit het perspectief van Maarten die snel dementeert. De ramen van zijn leefwereld staan in het begin van het boek nog wijd open, maar versmallen zich tot een spleetje, waardoor hij de wereld nauwelijks meer waar kan nemen. Bernlef heeft dat leven van Maarten razend knap gecomponeerd. Eerst krimpt je hart nog ineen, als je beseft dat hij nietsvermoedend zijn eigen huis voorbijloopt of als hij zich met hamer en schroevendraaier een weg naar buiten baant uit zijn eigen huis. Het wordt steeds duidelijker en je maakt het steeds intenser mee: de wereld van Maarten valt uit elkaar en op een gegeven moment betrap je jezelf erop dat je niet meer weet wat je in de vorige regel gelezen hebt.

Bijna zou ik zeggen: is dit niet iets wat de leraar Nederlands in de klas van mijn dochter zou kunnen bespreken? Maar ook hier weer de natte droom van een schrijver van destijds mijn leeftijd die een in het wild vrijend paartje betrapt? Waarom denken zelfs goede schrijvers toch dat ik interesse heb voor wat hen in een natte droom bezighoudt? Vroeger kwam je nog wel eens een boek tegen waar zo’n passage met zwarte stift ‘onzichtbaar’ was gemaakt. Want zonder die onnodige passage zou het boek nog affer dan af zijn geweest.

M’n vader begint op de manier van Maarten de interesse te verliezen voor wat er om hem heen gebeurt. Dat begon sluipend, maar wordt steeds zichtbaarder. Misschien is het daarom zo ingrijpend en meeslepend wat Bernlef hier beschrijft. En vooruit kijkend naar mijn eigen ouderdom: zo gaat dat dus, als je dementerend ouder wordt? Ik moet er niet aan denken!

1 Comment, Written on december 10th, 2012 , Boeken Tags: ,

Kontekstueel - Zonder kerkgang ben je verlorenGebeurt er nog iets?‘ was de titel van een boekje van ir J. van der Graaf dat ik jaren geleden kocht, maar nooit helemaal gelezen heb. Ondertussen is de titel sprekend en in combinatie met het thema ‘Zonder kerkgang ben je verloren‘ van het laatste nummer van Kontekstueel roept dat bij mij een heleboel vragen op.

Want wat moet ik in die kerk? Is dat dan de enige reden nog, waarom ik naar de kerk zou gaan (om Van Ruler te parafraseren; bij hem leerde ik gelukkig andere dingen); dat ik dan verloren ga? Nee, verloren ga je niet per definitie, begint het redactioneel, maar als je eenmaal uit de kerk stapt – leert de ervaring – is dat het begin van het einde zonder God. Zo; daar kun je het dan mee doen.

En dan toch weer die dringende vraag: gebeurt er eigenlijk wel iets in die kerk? Want laat ik eerlijk zijn: net als mijn tijdgenoten – die veelal niet (meer) in de kerk komen – wil ik graag vermaakt worden; er moet wel wat gebeuren dat mij boeit; dat mij in beweging brengt. En eerlijk gezegd verveel ik me soms stierlijk in de kerk; als de bezieling in de preek ontbreekt; als steeds maar dezelfde uitsnede uit de psalmen wordt gezongen (met tegenwoordig – jawel – af en toe zelfs een lied); als dezelfde opeenvolging van oude gewoontes wordt herhaald; waarvan ondertussen bijna niemand meer echt iets begrijpt. Het kan zo aan de oppervlakte blijven hangen in de kerk en in mijn hart! Wat dat betreft ben ik het hartgrondig eens met wat H.J. Maat daarover in zijn artikel schrijft.

Read the rest of this entry »

13 Comments, Written on december 3rd, 2012 , Artikel, Column, Preek Tags: ,

Marli Huijer - Ritme, Op zoek naar een terugkerende tijdHet gebeurt me maar net iets vaker dan once in a lifetime dat ik een boek lees, waarin ik me zo herken dat ik na afloop niet meer weet of wat ik heb geleerd nu van mezelf of in dit geval van de schrijfster is of was. Marli Huijer heeft zo’n boek geschreven, waarin de chemie van eigen ervaring en het gelezene op nieuwe ideeën brengt en mijn leven verandert; hoewel je daar natuurlijk ook weer niet al te schokkende dingen bij hoeft te bedenken.

Ritme, Op zoek naar een terugkerende tijd‘ van Marli was voor mij een feest van herkenning. Vooral de eerste hoofdstukken leidden me terug in de tijd naar toen ik een jaar geleden weer begon te studeren. In augustus had ik me ingeschreven voor een premaster Theologie bij LOI en PThU. Het materiaal werd begin november bezorgd en argeloos nam ik de eerste bladzijden door van het pakket waarvan ik me nu nog steeds door de laatste stappen heen worstel: Oud Grieks. En ik wist na die eerste bladzijden: dat gaat me niet vanzelf lukken. En daar sta je dan, want het geloof in mijn eigen discipline had ik lang geleden opgegeven. Daar zou ik het dus niet van moeten hebben. Maar die zomer had ik ook per fiets de Galabier beklommen en was ik na een eerste mislukking (m’n ketting brak) toch gewoon bovenop de top gearriveerd.

Ik gebruikte dat als metafoor voor mijn studie; gewoon beginnen te trappen; met het doel voor ogen; en het vertrouwen dat het goed kon komen. Maar die eerste maand kwam er dus niet zo heel veel uit mijn vingers en ik besloot het anders aan te pakken. Ik zou 3 weken vrij nemen om het vliegwiel op gang te brengen om het daarna alleen nog maar gaande te hoeven houden. En dat bleek te werken; niet vanaf de eerste week; dat ging nog wat moeizaam. Maar vanaf week twee heeft dat vliegwiel niet meer stil gestaan; soms liet ik het op z’n gemak wat uitlopen; soms gaf ik het een extra zetje. Maar het echte inzicht was: dat ritme an sich is beloning genoeg. Ik hoef het niet zo nodig alleen nog maar te hebben van het bereikte doel (de top van de Galabier); de weg erheen – het juiste ritme van mijn studie – begon ik ook enorm te waarderen. En als mensen nu soms zeggen: knap hoor; dat je naast je werk kunt studeren? Dan denk ik bij mezelf: daar heb ik helemaal geen discipline voor nodig! Het vliegwiel van het juiste ritme houdt mij met plezier op gang! En dat was precies het feest van herkenning dat ik vond in het boek van Huijer.

Read the rest of this entry »

7 Comments, Written on november 26th, 2012 , Boeken Tags: , ,

Pieter Kuijpers - TBSNa ‘Phileine zegt sorry (die vanwege sex en grof taalgebruik de waarschuwing ‘mogelijk schadelijk onder 12 jaar’ heeft meegekregen) vond de leraar Nederlands van mijn dochter het nog niet goed genoeg. Het moest blijkbaar nog indringender. De sex van Phileine en Max moest blijkbaar worden overtroffen; en hoe! Meekijkend met mijn dochter (nadat zij de beelden allang had opgeslagen of verdrongen; je weet hoe dat gaat) was het alsof ik een klap in m’n gezicht kreeg.

TBS is – op z’n zachtst en dus eufemistisch uitgedrukt – nogal heftig (Dat vanwege geweld en grof taalgebruik voor deze film wordt gewaarschuwd met de categorie ‘mogelijk schadelijk onder 16 jaar’, lijkt me dan ook veel meer dan terecht). Achteraf gezien had ik de film al eerder gezien, maar daar kwam ik tegen het einde van de film pas achter toen ik één van de minder heftige beelden uit de film herkende. Hé, dacht ik, dat heb ik eerder gezien! Net als in de film ‘Van God los’ van dezelfde regisseur, Pieter Kuijpers, wordt het geweld uitgebreid in beeld gebracht en op rij volgen de moord van een psychologe in de gevangenis, oma, moeder…

Als ik regisseur van de film was geweest had ik dat veel subtieler in beeld gebracht. Dat had gekund, maar Kuijpers heeft daar niet voor gekozen. Het zal er ook best aan liggen dat ik niet regelmatig kijk naar films in dit genre. Ik hou er niet van om geweld zo close-up in beeld gebracht te zien. En eigenlijk – als ik eerlijk ben – is het ook niet het geweld dat me zo van m’n stuk bracht. Hoewel het geweld expliciet in beeld wordt gebracht, leidt het niet af van het verhaal dat wordt verteld. En dat verhaal wordt door het samenspel van Theo Maassen (Johan) en Lisa Smit (Tessa) heel krachtig in beeld gebracht. Johan zit TBS uit voor de moord op zijn vader, maar niemand gelooft dat hij die moord heeft gepleegd om zijn zusje te beschermen. Hij snapt dat die situatie wellicht nooit zal veranderen en besluit om samen met een mede-gevangene te vluchten. Dat lukt en na de ontvoering van Tessa (een tiener die samen met een vriendin terugkomt van een feest) escaleert zijn zoektocht naar wat hij ziet als gerechtigheid. En of je het nou eens bent met de uitbeelding van geweld of niet: Kuijpers weet dat samenspel tussen Johan en Tessa onder je huid te krijgen. Ik denk dat het geweld juist daarom ook zo dichtbij kwam; omdat het me raakte. En toch had ik de beelden blijkbaar verdrongen en kostte het me moeite om ze terug te krijgen; toen ik me probeerde te herinneren wat de film destijds met me had gedaan.

Read the rest of this entry »

10 Comments, Written on november 19th, 2012 , Column, Film Tags: , , ,

Robert Jan Westdijk - Phileine zegt sorryHet zit me dwars: dat moderne liberalisme dat tegenwoordig overal doorheen lijkt te sijpelen. En ik raak er maar niet aan gewend. Nu heb ik an sich niets tegen het liberalisme zelf. Soms zeg ik zelfs wel eens gekscherend dat ik als christen nog liberaler ben en denk dan de meest verstokte liberalen doen. En daar zit ‘t ‘m misschien ook wel gewoon in: dat liberalen zich verstokt of – zo je wilt – fundamentalistisch kunnen gaan gedragen; vrijheid als dictatuur. En dat laatste is precies waar ik me zo aan stoor.

Neem bijvoorbeeld m’n dochter van 14 die afgelopen week thuiskwam met de mededeling dat zij bij Nederlands de film ‘Phileine zegt sorry’ had moeten kijken. Ze voegde eraan toe dat ze zich daar wat ongemakkelijk bij had gevoeld. Als vader word ik daar nieuwsgierig van. In de literatuur had ik (de kwaadaardige) Arnon Grunberg en (de goedaardige variant) Ronald Giphart altijd gemeden, maar blijkbaar is het tegenwoordig bon ton om dat soort figuren te propageren. Jan Wolkers is uit; Giphart en Grunberg zijn in. Ach ja, ook ik word een dagje ouder…

Ik scande dus de film en waar ik al bang voor was bleek maar al te waar: de blote mannenbillen waren veelvuldig in beeld als typisch Nederlands symbool voor sex. Nu heb ik principieel niet zo’n probleem met sex, maar wel als ze als porno in beeld wordt gebracht; zeker als mijn dochter wordt verplicht daarnaar te kijken! Ik weet niet hoe ze voor deze film tot de plakker ‘vanaf 12 jaar’ zijn gekomen, maar zelfs ik voel me ongemakkelijk bij al dat blote vlees.

Read the rest of this entry »

3 Comments, Written on november 12th, 2012 , Column, Film Tags: ,

Roman Polanski - CarnageRationeel begreep ik altijd al wel hoe het zat met het laagje vernis dat onze samenleving overdekte; en dat de barsten er zomaar in kunnen schieten. Maar vanaf het moment dat ik dat voor mezelf netjes op een rijtje had gezet, begreep ik nooit hoe ik zelf aan dat spel mee zou kunnen doen.

Slechts één keer heb ik tot in de puntjes van m’n haarvaten gevoeld dat ik het zelf ook had kunnen doen. Daar hoefde ik niets voor op een rijtje te zetten. Het overspoelde me gewoon, toen ik in 1991 voor de dodenmuur in Auschwitz stond. En de vraag of ik dat ook had kunnen doen, heeft me daarna nog jaren bezig gehouden; eigenlijk diep weg gestopt nog steeds wel.

En dat gevoel dient zich na ‘Carnage‘ van Roman Polanski opnieuw en indringend aan. Want – blijkt uit deze film – er hoeft maar dit te gebeuren (niets dus) voordat de vernis afspettert van onze kleinburgerlijkheid. Een verbale oorlog kan zomaar tot een machteloosheid leiden die in minder beschermde omstandigheden in een bloedbad (de letterlijke vertaling van carnage) zou kunnen veranderen.

Buiten spelen de kinderen verder alsof er niets is gebeurd en de hamster heeft zich probleemloos aangepast aan zijn nieuwe omgeving. Maar in de beslotenheid van de woonkamer van één van de ouderparen wordt een onverbiddelijke discussie gevoerd over de schuld of onschuld van hun kinderen Zachary en Ethan. De schijnbare overeenstemming over wat is gebeurd kraakt bij een eerste ongelukkig gebruikt woord. Maar waar de ouders zich in eerste instantie nog eensgezind tegen de andere ouders keren, worden bestaande tegenstellingen binnen beide huwelijken realistisch, maar pijnlijk blootgelegd, als de ene man zijn vrouw afvalt en andersom, enzovoort. Kortom: Polanski weet op bijzonder vermakelijke wijze duidelijk te maken hoe onderlinge relaties binnen de kortste keren kunnen ontploffen; terwijl het aan het einde van de film nergens over blijkt te gaan.

Eerder ontdekte ik dat Polanski zelf ook geen lieverdje is (zie mijn blog over ’Schervengericht‘ van A.F.Th. van der Heijden). Ondanks die ontdekking vermaakte ik me met Chinatown en bleef ik onder de indruk van The Pianist van deze regisseur. Maar waar ik bij deze films van buitenaf bleef kijken, bewerkte Polanski met zijn laatste film ‘Carnage‘ een perspectiefwisseling van Polanski als regisseur naar mijzelf als deelnemer aan een geciviliseerde samenleving. Daardoor werd ik me er pijnlijk bewust van dat die vernis over mijn eigen leventje ook regelmatig aan stukken springt; niet omdat een ander er met zijn verfkrabber op inhakt, maar omdat mijn civilisatie soms net zo nep is als die van andere mensen; als van Polanski zelf bijvoorbeeld.

En dat vind ik een hele prestatie voor de regisseur van een film.

Leave A Comment, Written on november 5th, 2012 , Film Tags: ,

Bansky - Exit through the Gift ShopZoals ik vandaag op Facebook en Twitter al liet weten, vind ik de Street Art van Bansky geniaal! Het is subtiel, maar confronterend en beter dan hij kan ik het in taal niet uitdrukken (met dank aan een collega die me daar vandaag op wees).

Nieuwsgierig? Kijk bijvoorbeeld eens op:

http://www.banksy.co.uk/outdoors/jb1.html
- http://www.banksy.co.uk/indoors/rickshaw2.html.

Cultuurfilosofen kunnen daar een puntje aan zuigen, want de kracht die Bansky in z’n tekeningen legt, kunnen zij vanuit hun veilige woon- en studeerkamers nooit aan hun teksten meegeven. Misschien zou een verhaal erbij in de buurt kunnen komen, maar niet elk verhaal is een sterk verhaal.

Dat bleek maar weer toen ik vanavond – nieuwsgierig geworden – de film ‘Exit through the Gift Shop‘ keek; ja inderdaad: een film die door Bansky werd geregisseerd en waarin hij zelf optreedt, maar waarin vooral Mr. Brainwash centraal staat. Zo krachtig als zijn tekeningen zijn, zo slapjes vond ik het verhaal over een selfmade kunstenaar die zich uit het niets heeft gekatapulteerd naar het wereldje waar geld wordt uitgegeven aan lucht.

Read the rest of this entry »

Leon de Winter - VSVSartre had dat veel beter begrepen dan Leon de Winter: als iemand eenmaal dood is, moet je niet over de hemel schrijven. En als je dat dan toch doet – zoals Sartre in zijn ‘De teerling is geworpen‘ – zorg dan dat je de hoofdpersoon weer zo snel mogelijk uit die hemel op aarde krijgt. Dat is een mooi boek overigens: ‘De teerling is geworpen‘. Ik las het 15 jaar geleden, maar weet me de verhaallijn nog precies te herinneren en herkende me destijds en nog steeds in de boodschap die Sartre daarmee wilde geven: vertrouw niet teveel op wat je kunt bereiken; op idealen; of op mensen die vast wel naar je zullen luisteren. Hou het – met andere woorden, hoewel dat de boodschap van Sartre niet meer zal zijn – vooral realistisch en richt je op de dingen, waarvan jij denkt dat ze het meeste effect kunnen hebben (maar dan zijn we ondertussen bij Stephen R. Covey die deze zomer overleed en dat is weer een heel ander verhaal).

Maar goed, Leon de Winter schrijft over een hemel waar Theo van Gogh terechtkomt als hij is doodgeschoten in Amsterdam. Heel origineel is dat idee overigens niet. Gezien de stijl en beschrijving verdenk ik Leon de Winter er ondertussen stilletjes van dat hij het concept inclusief ‘nanny’ voor Theo heeft gegapt uit de roman ‘The Lovely Bones‘ van Alice Sebold (vertaald als ‘De wijde hemel‘). Ook bij Sebold valt me nu op (ik heb alleen nog maar de eerste 4 hoofdstukken gelezen) dat haar beschrijvingen over de hemel saai aanvoelen en dat ik al snel door probeer te bladeren naar wat er op aarde gebeurt. Bij Sebold valt dat op, omdat je het verhaal op aarde graag wilt blijven volgen. Maar bij Leon de Winter is het op aarde bijna net zo saai als in het vagevuur. Wat Theo van Gogh er nog te zoeken heeft? Ik weet het nog steeds niet.

De hemel dus; of eigenlijk een soort van vagevuur; waar gesnoven, gedronken en gerookt wordt, omdat Van Gogh dat altijd zo prettig vond (nog zo’n puntje van Sebold). Ik heb daar natuurlijk heel andere beelden bij, maar Theo heeft nog iets goed te maken. Hij heeft het teveel mensen moeilijk gemaakt (waaronder – saillant detail – Leon de Winter himself) en mag dat als geest goed proberen te maken voordat hij op kan lossen in het witste wit dat door Leon de Winter bij wijze van substituut voor de hemel ten tonele wordt gevoerd.

Read the rest of this entry »

http://lelij.com is powered by WordPress the Theme Adventure by Eric Schwarz and Feedburner

http://lelij.com – Een blog van Karel J. van der Lelij

Altijd kritisch en betrokken